Geboren in 1870, was de eerste vrouwelijke arts in Italië en werd hoogleraar
in de antrpologie aan de universiteit van Rome. Ze werkte in een psychiatrische
kliniek, had een eigen praktijk en werd directrice van een inrichting voor geestelijk
gehandicapte kinderen. Daar ontwikkelde zij een geheel nieuwe methode van onderwijs,
gebaseerd op speciaal door haar daarvoor ontworpen materiaal.
De resultaten waren opmerkelijk. Het streven was er vooral op gericht de zelfwerkzaamheid
van de kinderen te stimuleren. Een kans om haar
onderwijsmethode
te beproeven kreeg zij in 1907. Zij aanvaardde toen de opdracht een kleuterschool
te stichten in Rome. Ook daar bleek haar methode aan te slaan.
In 1912 breidde
zij haar methode uit tot het lager onderwijs. Centraal in haar
ideeën over begeleiding van kinderen naar volwassenheid staat datgene
wat het kind zelf behoeft. Door zorgvuldig te observeren leerde zij deze behoefte
te onderkennen.
LEER HET ME ZELF TE DOEN is dan ook één van haar
motto's. Door observatie merkte zij ook dat een kind in een bepaalde periode
heel gevoelig
is voor een bepaalde activiteit. In die gevoelige periode leert een kind iets
waar het anders veel langer over doet. Maria Montessori wijdde haar leven aan
de uitbouw van haar wetenschappelijke visie op onderwijs en opvoeding.
Deze
visie blijkt nog steeds actueel. Zij keek naar het kind en maakte geen methodes
waarnaar het kind zich moest voegen, maar de methode voegde zich naar
het kind.